|
Vijftig jaar geleden arriveerden zo'n vierduizend
'afgedankte' Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen in Nederland.
Hun verblijf hier zou tijdelijk zijn. Maar dat liep anders. Met vallen
en opstaan zijn de Molukkers geïntegreerd in de Nederlandse samenleving.

Dossier
Molukken in het Brabants Dagblad, met een tijdbalk,
een kaart
van de Molukse eilanden en een overzicht van de reis naar Nederland
van het eerste schip met Molukkers, de Kota
Inten
Verhalen en informatie over de
Molukken toen en nu
Dossier
Molukken van NRC Handelsblad
Dossier
Indonesië van de Gamma Nieuwsdienst
|
Toen Nederland het nog voor het zeggen had in Indonesië, heette dit
gebied Nederlands-Indië. Door verovering en bezetting was het een Nederlandse
kolonie geworden. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar een eind aan.
Het land riep de onafhankelijkheid uit en na enkele jaren strijd en
onder grote internationale druk zag Nederland zich genoodzaakt de kolonie
op te geven.
Het KNIL
Bij de afwikkeling van de koloniale zaken bleef Nederland met een groot
probleem zitten. Dat waren de circa vierduizend Molukse militairen die
aan Nederlandse kant hadden gevochten in het Koninklijk Nederlands-Indisch
Leger, afgekort het KNIL. Dit leger moest ontbonden worden. De Molukse
soldaten echter, die zich voor het grootste deel op Java bevonden, hadden
geen zin om daar hun wapens in te leveren. Zij wilden op de Molukken
gedemilitariseerd worden.
Dat zag de regering van de jonge Republiek Indonesië weer niet zitten.
Op de Molukken zouden de militairen zich kunnen gaan mengen in de onafhankelijkheidsstrijd
die daar ontstaan was. De Molukse eilanden voelden er niets voor om
vanuit Jakarta bestuurd te worden. Nu de Nederlanders eenmaal weg waren,
wilden zij het liefst zelfbestuur.
Tijdelijk
Uiteindelijk besloot de Nederlandse regering om de Molukkers naar Nederland
over te brengen. Ze werd daartoe gedwongen door een rechterlijke uitspraak.
In Nederland zouden de Molukkers tijdelijk worden opgevangen. Maar wat
ze niet wisten, was dat ze bij aankomst in Nederland geheel uit de militaire
dienst zouden worden ontslagen. Dat kregen ze pas te horen toen ze in
Rotterdam afmeerden.

Aankomst van Molukkers in Nederland.
Woonoorden
In 1951 was de woningnood in Nederland groot. De Tweede Wereldoorlog
was pas enkele jaren achter de rug en de wederopbouw van het land was
volop aan de gang. Voor de Molukkers was eigenlijk geen plaats. Omdat
ze als één groep aankwamen, werden ze ook als één groep gehuisvest.
In grote haast werden voor hen barakkenkampen ingericht. Voor een deel
waren dit verlaten gevangenkampen uit de Tweede Wereldoorlog.
In deze woonoorden leefden de Molukkers geïsoleerd van de rest van Nederland.
Omdat hun verblijf als tijdelijk bedoeld was, mochten ze in het begin
niet eens werk zoeken. Toen dat later wel mocht, waren er nog enkele
andere problemen:
- Ze waren laag opgeleid.
- Ze spraken slecht Nederlands.
- De meeste woonoorden waren zeer afgelegen.
Weinig binding
Vanaf de jaren zestig werden de woonoorden geleidelijk vervangen door
woonwijken. De Molukkers wilden graag bij elkaar blijven wonen. Met
de Nederlandse samenleving hadden ze nog steeds weinig binding. Dat
veranderde geleidelijk toen een generatie opgroeide die in Nederland
was geboren. Zij leerden van jongs af de taal en volgden opleidingen
zoals alle Nederlanders. Op zoek naar werk, verhuisden ze steeds vaker
naar de steden. De ouderen bleven in de Molukse woonwijken achter.
Molukse regering
Onder de Molukkers leefde sterk het verlangen om ooit naar de Molukken
terug te keren. Maar dat moesten dan wel onafhankelijke Molukken zijn.
Om dit doel dichterbij te brengen, werd al direct de Molukse regering
in ballingschap opgericht. Zij vertegenwoordige de Vrije Republiek van
de Zuid-Molukken, de RMS.
Kaping en gijzeling
In de jaren zeventig zorgden jonge Molukkers voor veel onrust, toen
ze overgingen tot geweld om het Molukse ideaal te verwezenlijken. Er
vonden verschillende kapingen en gijzelingsacties plaats, waarbij soms
doden vielen. Dit bracht in Nederland een grote schok teweeg. De Nederlandse
regering toont wel begrip voor het streven van de Molukkers. Maar ze
is niet in staat om een onafhankelijke Molukse republiek dichterbij
te brengen.
Treinkaping bij De Punt, 1975.
Etnische rellen
De laatste jaren is het op de Molukse eilanden opnieuw erg onrustig.
Bij etnische rellen zijn al honderden doden gevallen. Opnieuw vragen
Molukkers in Nederland zich af wat er gedaan kan worden om hieraan een
eind te maken. Veel van hen hebben immers nog familie wonen op de eilanden.
Toch is de afstand tot de Molukken groter geworden. Er zijn weinig Molukkers
meer die plannen hebben om terug te keren naar hun oorspronkelijke woonplaats.
De meesten van hen hebben hun plaats in de Nederlandse samenleving gevonden.
VRAGEN
1. Waarom was het voor de Molukse KNIL-militairen te veel gevraagd
om op Java hun wapens in te leveren?
2. Waarom stond de Indonesische regering niet toe dat de knillers
naar de Molukken zouden afreizen?
3. Bedenk twee redenen waarom onder jonge Molukkers steeds minder
de gedachte leeft om naar de Molukken terug te keren.
4. Wat zou de Nederlandse regering kunnen doen om een eind te
maken aan de etnische rellen op de Molukken?
|